9.8.08

Prrrrrrrauwkostsalade.

Ik wil best een beetje toegeven dat Amerikanen niet altijd precies weten hoe eten en drinken hoort te smaken, maar DANG, ze weten hoe het er uit hoort te zien. Kijk dit:



En zeg me dat je niet plotseling een eerder ongekende behoefte krijgt aan sinaasappels, sinaasappelsap, en de mevrouw die er over praat. Alle voedselreclames zijn hier zo! Dan lig ik nietsvermoedend op de bank te vegeteren en mijn leven, jeugd en tijd in New York te verkwanselen aan het nieuwe (SUPERSTOMME!) seizoen van Project Runway, en dan komt er plots een reclame van zegge, een Red Lobster. Uitgebreide closeups van garnalen aan een stokje geregen, knisperend op een zwoel verlichte barbecue naast brokken sappige kreeft en zachtroze zalm, waar met een kwastje en honingsaus een goudgele gloed overheen gestreken wordt. Iets Barry White-aculairs op de achtergrond, en ik krijg ineens zin om babies te maken en zeevruchten te eten. En ik eet dus niks wat uit de zee komt! Uit principe niet! Ok, het heeft niks met principes te maken, maar ik vertrouw het gewoon niet. Waar het om gaat, is dat ze hier de uitgewoondste etensresten dusdanig presenteren dat je geen moment rust meer hebt tot je ze in je mond gestopt/er de knapperige, zoetzure liefde mee bedreven hebt. Best knap! Tevens een mogelijke verklaring voor een deel van de lichamelijke problemen waar sommige mensen hier mee kampen. Maar ach. Zomaar uit de lucht gegrepen, die theorie.

Hier mijn lievelings:



Prrrr. Jammer dat ik er in getrapt ben, en toen met een fles nauwelijks veredeld appelsap opgescheept zat. Deliciously tart, hoor. Dat was niet gelogen.

16.6.08

In de categorie: "Dingen die ik nog nooit had meegemaakt, en waar ik op zondag 15 juni 2008 rond 8:30 AM mee geconfronteerd werd."

Wakker worden doordat iemand op de deur ramt en ‘Open the door’ brult.

Wat doe je dan, als 21-jarig in Harlem wonend Utrechtmeisje zonder enige ervaring in het koelbloedig uitschakelen van potentiële aanvallers? Je verstopt je onder de deken en doet alsof het niet aan het gebeuren is. Maar als het rammen en brullen aanhoudt, er ‘Open up or we will proceed to force the door’ aan toegevoegd wordt, en het geheel wel erg als professioneel geram en gebrul begint te klinken, dan kom je onder je dekentje vandaan. Dan trek je een handdoek aan, verlaat je je kamer, en piep je in de gang iets van ‘Who is it?’.

U kunt weer rustig uw handen voor uw ogen vandaan halen: het was de politie. Ja, geen paniek. Het was de politie maar. Ik opende de deur voor zover het haakje dat toeliet, en zei ‘Yeeeesss?’, terwijl ik mijn haar platdrukte en probeerde voor het welzijn van de twee korte, bonkige dienders (één met lang haar en een borstpartij, beiden bezonnebrild) niet te zwaar uit te ademen. Joe, een dierbare vriend en sporadisch minnaar van mijn huisgenote Hallie stapte tussen de politieagenten naar voren, blinde paniek in de ogen, en zei: ‘No that’s not her. That’s not her. Where’s Hallie?’

Nou had ik Hallie eerder die ochtend – rond half vier – gewoon binnen zien komen toen ik mij aan het prepareren was om te bedde te gaan. Ze liep langs mijn open deur, babbelend aan de telefoon, en mij een van alcohol doordrenkt luchtkusje toewerpend. Niets nieuws. Ik stelde Joe en zijn geüniformeerde vrienden daarvan op de hoogte, maar ze vroegen me of ik even wilde kijken. Ik gehoorzaamde, en Hallie lag te slapen, in haar kamer. Op de duw van mijn voet tegen haar dij, en een verbijsterde ‘Hallie, darling, Joe and the cops are here.’, pruttelde zij iets, wapperde met haar hand dat ik haar zo midden in de nacht toch echt met rust moest laten, en draaide ze zich op haar andere zij. Joe en de politie wilden het duttende wonder met eigen ogen aanschouwen, dus haalde ik de haak van de deur af en liet ze binnen. Terwijl het driemanschap naar Hallies slaapkamer optrok, raapte ik twee briefjes van Joe van de grond.

“Hallie had been drinking and was on the phone with me when she stopped answering. I’ve tried to call her 30 times. Please let me know if she’s ok.”

en

“I’m not a crazyperson, just a concerned friend. Just tell me to go away if she’s fine.”

De verdedigers van de Vrije Wereld vroegen Joe of er dus geen ambulance nodig was. Hij zei van niet. Blijkbaar, zo gaat de overlevering, had Joe al sinds half vijf op de deur staan trommelen, anderhalve meter van mij vandaan. Ik ontwaakte pas toen hij er rond half negen professionals had bijgehaald. Hallie was zich pas halverwege de volgende dag bewust van het feit dat er politie in haar huis geweest was, toen Joe zich daarvoor excuseerde. ‘Cops? What cops?’

Wat kan ik zeggen? Hallie en ik zijn hartstochtelijke slapers.

15.6.08

Diep! Díeíeíeíeíeíep!

Ik hoop niet dat ik onterfd word door deze ontboezeming, maar ik was gisteren hier. Het was belachelijk en zo mooi! Drie verdiepingen vol brullende Hollanders, Ruben Nicolai praatte bij de wc's op de eerste verdieping met meisjes en buiten vroeg iemand telefonisch zijn vriendin in Nederland ten huwelijk. "Oh schatje ik mis je zo. Vooral nu. Oh schatje ik wil echt met je trouwen, echt waar. Hé als je over een paar weken naar Vegas komt kunnen we trouwen. Wil je ook trouwen? Ok schatje dan gaan we trouwen in Vegas over een paar weken."-gewijs. Ik heb gegild. Niet om dat huwelijksaanzoek. Ok, óók om dat huwelijksaanzoek.

9.6.08

Of, zoals Youssou zou zeggen: Aahoufff, Il fait chaud, hein?

Nou. Het is hier honderd graden. Honderdéén. En ik weet dat ik dat wel eens vaker zeg als ik het wat warmpjes heb of anderszins een beetje zweet, maar nu is het echt. Honderdéén graden Fahrenheit, dat wel. Maar hallo! Fahrenheit of Celsius, dat maakt gevoelstemperatuurmatig niet meer uit als je, zoals ik vandaag de dag, met onnodig glanzende lichaamsdelen amechtig op de bank ligt, oppervlakkig ademhalend naar Law & Order: Criminal Intent herhalingen aan het kijken bent, en verder enkel kan wachten tot het voorbij gaat. (Voor het beeld: het is 38 graden Celsius. 38! – dat was in Caps Lock, maar dat werkt niet zo goed met cijfers , blijkt. Het voelt als je buiten bent een beetje van alsof je voor een auto staat die net acht uur achter elkaar doorgereden heeft, en nu even af moet koelen. En dat je dan denkt van: zo meteen is het afgekoeld. Of: ik loop even door tot voorbij de motorkap, dan merk ik het niet meer. Maar dat kan dan niet! ) Mijn god. Ik ben veel te blank voor dit soort temperaturen. Véél te blank! Mijn buren hier niet. Niet blank, en ze schijnen er ook niet zo onder te lijden als ik. Ik zie mensen rennen, buiten! Ren-nen. Naar de televisie kruipen om te zappen of batterijen kopen voor in de afstandsbediening bij de Dollarstore naast mijn huis zijn al ideeën die ik lachend aan me voorbij laat gaan. Ok, niet lachend, want daar krijg ik het te warm van. Snuivend. Laten we het op snuivend houden.

Maar ik kwam er dus via de Lonely Planet achter dat mijn straat hier ‘Little Senegal’ heet. Officieus, als het ware. En opeens lijken Youssou N’Dour galmend uit de nagelsalons, ruzies die in het Frans worden uitgevochten en alle Afrikaanse Koninginnen die hier door de straat strutten niet meer dan logisch. Maar ook, en ik vind dat ik dit best even mag zeggen, waarom deze pussende hitte alleen mij tot in de diepste krochten van mijn wezen lijkt aan te tasten. Het bérst hier dus sinds de loop van de jaren ‘80 van de West-Afrikaanse immigranten, en nou. Ik denk gewoon dat die mensen iets meer gewend zijn dan ik. Die weten hoe ze vettige warmte moeten combineren met kleren. Lange broeken, hebben ze aan! Extravagante blouses! IK ZAG EEN JAS.

Dan ga ik nu weer even een koude douche nemen en in mijn kast kijken of ik meer luchtige kleren heb dan mijn collectie onderbroeken alleen. Doei!

9.5.08

Nee echt. Wat ís de deal met vliegtuigvoedsel?

Woensdagavond ben ik met JoAnne (die hier de afgelopen week ook logeerde na vier maanden door Azië gereisd te hebben en inmiddels terug is naar Iowa, mij met een gebroken hart achterlatend) naar een Comedy Club geweest. Een Comedy. Club. Niet voor ons plezier, maar omdat Brendan, een vriend van haar, daar die avond optrad. En lieve mensen, de legende is waar. In Comedy Clubs is de atmosfeer zwanger van wanhoop. Het was vreselijk. Ik ben nog steeds op zoek naar mijn ziel, die daar langzaam maar doeltreffend uit mijn wezen gezogen is. Ik had verwacht dat mijn ziel überhaupt zou weigeren de Broadway Comedy Club (ik had graag bij de brainstormsessie voor die naam willen zijn) binnen te treden, en op de stoep op me zou blijven wachten tot ik terug zou komen. Niets daarvan. Mijn ziel verliet mij pas na een langzame lijdensweg, in de vorm van minstens een dozijn hartverscheurend slechte grappen makende dikkerds met probleemhuiden. Een onverdoofde amputatie, was het. En ja, we hadden weg kunnen gaan. Maar er was een minimum van twee consumpties (40 DOLLAR, WAS DAT UITEINDELIJK), dus we moesten wel doordrinken, en er zaten zes andere mensen in de zaal, waardoor ons vertrek hoe dan ook een grootser politiek gebaar zou zijn dan we wilden. Oh oh oh. Wat was het slecht. Schaterlachen van verdriet. Er waren mensen die een grapje maakten en dan een ‘vervolg’ ‘grapje’ maakten over de ontvangst van eerder genoemde grap in de zaal. (“No? You’re not cool with rape jokes? Ok, I’ll keep that in mind, HAHA!”) Er waren mensen met cuecards. Er waren vrouwen. Nou goed. Het beeld is geschetst. Brendan was overigens best aardig in zijn metier. En JoAnne kan als geen ander ironisch applaudisseren en lachen, wat bij één van de podiumbeesten een oprechte “Wow, that’s just mean.” ontlokte. Niet per definitie een verloren avond, dus. En hoe dan ook een goede ervaring. Maar toch.

In de kroeg waar we vervolgens heel veel meisjesbier gingen drinken straalden duizend zonnen.

Zo rond 15 mei ga ik verhuizen!

Wie heeft er een kamer in New York gevonden? Ik heb een kamer in New York gevonden. Het was een bittere zoektocht, maar oké het was niet echt een bittere zoektocht. Nee serieus, ik verdien dit niet. Maar wederom blijkt dat de voorspoed in de wereld verdeeld is als hoe mijn grote broer een gezelschapsspelletje speelt: oneerlijk.

Craigslist.com biedt voor mensen die een kamer zoeken en mensen die niet goed bij hun hoofd zijn soelaas, zo leerde ik. Dat was namelijk het medium waarmee ik mijn kamer gevonden heb, maar niet na een grondige schifting op prijs, locatie en GEKTE.  Uiteindelijk ben ik bij vier huizen langs geweest, vier keer vooraf vrezend voor mijn leven. (Maar één keer ging Lauren – dochter van de mensen waar ik nu logeer, tevens een vrouw van passie, deugd en speculaas – mee, en de andere drie keer had ik bij haar de naam en het adres van de plek waar ik naartoe ging achtergelaten zodat de politie zou weten waar ze mijn dode, dode lichaam zouden kunnen vinden als ik niet terug zou komen. Dus het was superveilig hoor mama!) Eén huis was het mooiste huis in de geschiedenis van het onderdak. Een gigantische brownstone in noordelijk Harlem met hoge plafonds en dikke houten kringeltrappen, vol sprankelende vrolijke meisjes met truien van de Universiteit van Indianasotasylvanianapolis o.i.d. De kamer was heel klein maar ze hadden een dikke tuin, een hal, twee woonkamers en een keuken die een uitgebreide Ghanese familie comfortabel zou kunnen huisvesten en dat misschien ook wel gedaan heeft. Ik was alleen extreem bang voor al die vrolijke meisjes (mooi, vrolijk, intelligent, vrolijk, allemaal leraressen op probleemscholen in de Bronx, mooi, vrolijk) en toen Lauren en ik weg wilden gaan kwam er net een ander meisje naar de kamer kijken, wiens entree hoge en harde gillen van “OMFG, you’re from Ohio too? OMG you lived like five blocks from me like! That’s amazing! You know my friend Andrew, then, right? I know right? This is so crazy.” deed opstijgen.  Ik ben figuurlijk weggerend daar, vermoedende dat die kamer niet aan mij toebedeeld zou worden. (Ha! Hoe naast kon ik er zitten. Drie dagen later kreeg ik de kamer aangeboden daar oh ik verdien dit echt niet.) Zaterdag ben ik nog in een heel klein appartementje geweest waar een soort inloopkast onderverhuurd werd voor 850 dollar per maand door twee bankiers (ik moest een formulier invullen met referenties en zaken als “Monthly Income”, dat was het moment waarop ik de bankier écht uit volle borst uitlachte.) en een appartement in Park Slope in Brooklyn dat in iedere zin PERFECT was buiten dat er geen bed aanwezig was en ik moet een bed. 

Zondag, binnen een week na mijn aankomst in de nieuwe wereld en na een nauwelijks bittere queeste van twee dagen, werd ik tegen iedere schijn van karma/je krijgt wat je verdient/als je maar hard genoeg je best doet, beloond met een ideaal appartement en een huisgenote die me hartstochtelijk wil. De Craigslist Crazy heeft me daarbij wel geholpen, want Hallie heeft een rijke schakering aan idioten over haar ideale vloer gehad, en was allang blij dat ik al mijn tanden nog heb en er geen perverse obsessie voor keukenapparatuur op nahoud. Zij is zover ik kon zien allround fantastisch als mens, niet vrolijker dan nodig, geen bankier en ze biedt me een best grote kamer, een bed (!) een woonkamer, een keuken, een badkamer, een toegankelijk dak en alle televisiezenders die een vrouw zich kan wensen, op 116th en Frederick Douglas in Harlem. Het universum is blijkbaar even doller op me dan het eigenlijk zou moeten zijn. 

1.5.08

Goede voornemens: de feesteditie.

Soms kom je als mens op een feestje waarna je, bij thuiskomst, besluit je leven anders aan te pakken dan voorheen. Dat je besluit nooit meer te zullen drinken, voortaan een onderbroek aan te trekken, nooit meer Dr. Cox uit Scrubs na te zullen doen om weinig indruk te maken op een halfleuk iemand, etc.  Nou. Zo’n feestje had ik gisteren. Het was wild, het was het verjaardagsfeestje van Eva (hier het zusje van en tevens fenomenaal mens), er was taart, er was iemand die Hendrick heete, er was wodka en als mallen op salsa dansende moekes (rondvliegende vlezige armen en benen, iemand?), de jarige werd 21 omdat dat zo hoort in de Amerikaanse muziekindustrie, er waren een Floor en een Bas, maar er waren vooral veel mannelijke modellen.

Serieus. Eva heeft in het jaar dat ze hier in New York woont nu haar vriendenkring zo geselecteerd dat die enkel uit mannelijke modellen bestaat. Officiële,  geregistreerde “hoi ik heb een werkvisum hier in Amerika als model maar eigenlijk ben ik naar New York gekomen om mijn droom als cartoonist waar te maken” mannelijke modellen.  Dat betekent natuurlijk niet dat er niet ook muzikanten en actrices op Eva’s feestje waren, oh nee. Die waren er ook. Maar: mannelijke modellen. Echt een dozijn. EENTJE KUSTE MIJN HAND OMFG.

Ergo: bij deze het besluit om nooit meer een feestje te geven/bij te wonen zonder mannelijke modellen. Ik heb mijn vrienden niet echt nodig als er schoonheid in de zaal is, denk ik. Pure, ongebreidelde schoonheid waarmee zeep, koffie, auto’s, parfum en kopieerapparaten in de markt gezet kunnen worden.

Hou mij hieraan, iedereen!

Alles gaat goed y'all!

Zelfgemaakte obligate New York-foto 1.

21.4.08

Oooh Sejooo!

Als alles volgens plan gaat ben ik vanaf volgende week voor vier maanden hier. Wen daaraan.



(Ok. Sorry dat het een filmpje is geworden met vakantiekiekjes van Geert en Annemiek, maar de echte clip kan ik niet vinden op internet. Daar had ik mijn Alles Ooit Van Serge Gainsbourg-dvd voor moeten rippen, en dat gaat me te ver. Bovendien is die clip ook saai! SAAAAI! "Kom, het is nou 1965, laat ik met mijn rug naar de camera gaan staan"-style.)

5.4.08

Ik begin opgeleid te raken.

Meer dan vier jaar geleden merkte ik op dat ik in willekeurige gesprekken graag dingen als 'Zoals Foucault, als enige aan AIDS gestorven Postmodernist al zei: "Het is in het discours dat macht en kennis bij elkaar komen!"' laat vallen op welgekozen momenten. En het heeft vier jaar geduurd, maar sinds mijn college Literatuurtheorie II van 18 februari 2008 weet ik eindelijk wat ik daar al die jaren mee bedoelde.* En ook dat het wat kort door de bocht is om aan de man te refereren als 'De enige aan AIDS gestorven Postmodernist', want juist het uitdelen van dat soort labels bevocht hij zo hartstochtelijk. Het label van postmodernist, dus. Zijn AIDS-dood, daar valt weinig meer aan af te dingen, discoursgewijs.

*Het discours is een systeem waarin de deelnemers de wereld met talige middelen op een bepaalde manier ordenen, waarbij hun kennis van de talige praxis niet-deelnemers uitsluit. Dat uitsluitingsmechanisme is het machtsmiddel waardoor het discours kan blijven bestaan. Zoek anders de wiki er even bij jezus ik moet ook alles zelf doen hier.



Michel Foucault: "La vieille puissance de la mort où se symbolisait le pouvoir souverain est maintenant recouverte soigneusement par l'administration des corps et la gestion calculatrice de la vie."